Dat straffen misschien niet de beste methode is om je kind bij te sturen, kunnen veel mensen nog begrijpen. Als ik zeg dat wij ook zo min mogelijk proberen te belonen, word ik meestal aangekeken alsof ik ter plekke blauw haar gekregen heb.

Meestal krijg ik dan de vraag hoe we het dan doen, zonder straffen en belonen. Vaak ook gevolgd met het zinnetje: “Ze is ook nog zo jong.” of “Elk kind is anders.”. Iets waar ik het uiteraard twee keer mee eens ben. Vaak word ik ook gevraagd of ik dan geen schrik heb dat ons Juliet geen zelfvertrouwen zal hebben of zal denken dat ze nooit eens uitblinkt. Nee, daar ben ik niet bang voor. Waarom zou ik haar afhankelijk willen maken van wat een buitenstaander denkt? En daarbij, goedbedoelde opmerkingen als “Dat is een mooie tekening.” of “Dat heb je goed gedaan.” zeggen eigenlijk helemaal niets.

Wil dat zeggen dat wij nooit iets positief zeggen tegen haar? Absoluut niet! Alleen denken we twee keer na wat we zeggen en hoe we dat zeggen.

In de huidige maatschappij krijgen kinderen beloningen voor alles: een ballon bij de dokter als ze flink zijn, een sticker als ze hun taakje gedaan hebben, een snoepje als ze hun kamer opgeruimd hebben … Daarnaast wordt er te pas en te onpas gezegd dat ze flink waren, dat ze braaf geweest zijn …

Beloningen geven vaak een goed resultaat op korte termijn: als ik mijn dochter een ijsje beloof als ze haar speelgoed opruimt, zal ze dat heel waarschijnlijk snel doen. Het probleem is alleen dat ik daardoor de verwachting creëer dat er een ijsje volgt én dat er vanuit haarzelf geen enkele motivatie is voor het opruimen op zich. Ze is hiervoor niet intrinsiek gemotiveerd. Los van het feit dat ik liever heb dat ze intrinsiek gemotiveerd is dan extrinsiek, zorgt het laatste er ook voor dat het eerste zakt. Hoe vaker ze een beloning krijgt, hoe minder ze vanuit zichzelf gemotiveerd is.

Niet alleen materiële beloningen, maar ook verbale werken op die manier. Een kind dat hoort dat hij een mooie tekening gemaakt heeft, zal volgende keer een nog mooiere tekening willen maken. Hij zal teleurgesteld zijn als er geen compliment volgt.
Hetzelfde voor een kind dat opgeruimd heeft en te horen krijgt dat het dat goed gedaan heeft. Volgende keer gaat het opnieuw een compliment willen krijgen. Het gaat leren dat er enkel een compliment volgt als het “leeft volgens de regels”. Uiteindelijk komt dat dus neer op hetzelfde als straffen: wij geven het signaal dat we het kind graag zien als het doet wat wij willen. Het is op onze voorwaarden, niet op die van hen.

Hoe moedigen we haar dan aan of geven we haar complimenten? Door interesse te tonen in waar ze mee bezig is. Door ons bij haar op de grond te zetten. Het moedigt haar aan om door te gaan. Ze laat dingen zien, is trots op zichzelf.

Daarnaast zeggen we wat we zien. Als ze een tekening gemaakt heeft, vertel ik haar wat ik zie op haar blad. Als ze opgeruimd heeft, vertel ik haar dat ik zie dat alles terug in de kast of mand zit. Als ze zelf haar jas heeft aangedaan, zeg ik haar dat het haar gelukt is om zelf haar jas aan te doen. En jawel, het kost me veel moeite om de “goed zo” en “wauw” in te slikken. Dat zit er zo ingebakken dat het me er bewust over laat nadenken.

Bij kinderen die wat ouder zijn, kan je ook vragen stellen. Vraag hen wat ze er zelf van denken, wat ervoor gezorgd heeft dat iets gelukt is … Ze leren op die manier om zichzelf naar waarde te schatten én leren zichzelf kennen. In plaats van afhankelijk te zijn van de mening van anderen, leren ze om zichzelf kritisch te bekijken en daarna een mening te vormen. Dat is mijn ogen zo waardevol.

Je moet trouwens zelf maar eens nadenken over complimenten die jij krijgt. De leukste zijn diegene waarbij iemand een uitgebreide beschrijving geeft. Ik vind het leuk om te horen dat ik een leuke jurk aan heb, maar onlangs zei een collega me ‘s morgens het volgende: “Wauw, Stephanie, die jurk flatteert u echt. Het is een kleur die ik zelf niet zou kiezen, maar ze staat u wel heel mooi.” Zo’n compliment is voor mij veel waardevoller dan enkel “Je hebt een mooie jurk aan.”

Alfie Kohn bespreekt in zijn boek Unconditional parenting drie dingen waar je rekening mee moet houden als je een compliment geeft: waarom geef je het, aan wie geef je het en welk effect heeft het?
Met een compliment dat niet gegeven wordt om later gedrag te controleren, dat tussen twee volwassenen gegeven wordt of dat niet de verwachting wekt dat er altijd een compliment zal volgen, is op zich niks mis.

En dan nog één ding waar je altijd rekening mee moet houden: niemand is perfect. Je kind gaat geen trauma oplopen als jij beloont of met complimenten strooit. Iedereen doet uiteindelijk wat er bij hem/haar of zijn/haar gezin past. Alleen kan het soms geen kwaad om bepaalde vanzelfsprekende dingen in vraag te stellen. Vind ik.

Deze post bevat partnerlinks die jou niks kosten.