Ik denk dat nagenoeg elke peuter of kleuter wel eens driftbui heeft. Ook ons Juliet heeft er al wel eens één gehad, al zal zij eerder heel heftig wenen dan echt heel boos te worden.

Wat is dat, zo’n driftbui?

Eerst even wat we te zien krijgen: een kind dat enorm boos wordt om schijnbaar niets. Vaak wordt hier de broken cookie ook genoemd: je kind wil graag een koekje, maar het enige dat nog in het pak zit, is een kapot koekje. Dat is de aanleiding om een driftbui te krijgen. In feite is dat het druppeltje dat ervoor zorgt dat het mechanisme om spanning en stress te ontladen in gang schiet. Die gevoelens stapelen zich namelijk op en komen eruit wanneer een kind zich veilig genoeg voelt. Als zorgleerkracht heb ik ouders al heel vaak horen zeggen dat hun kind thuis vaak uitbarstingen krijgt terwijl wij datzelfde kind zo niet kennen op school. Je kan het dus als een compliment beschouwen dat je kind thuis een driftbui krijgt.

Ik ben geen wetenschapper, maar Daniel Siegel legt in zijn boek Het hele brein, het hele kind in Jip-en-Janneketaal uit hoe dat in het brein dan precies werkt. Ik leg het kort uit, maar verwijs je graag door naar zijn boek als je het interessant vindt.
Hij stelt je brein, onder andere, voor als een huis met een benedenbrein en een bovenbrein. Je benedenbrein is het fundament waardoor we bijvoorbeeld ademhalen, maar waar ook onze aangeboren reacties zitten en onze sterke emoties zoals woede. Dit deel van ons brein is al goed ontwikkeld bij de geboorte. Het bovenbrein is het meer ontwikkelde stuk en zorgt ervoor dat we kunnen denken en plannen. Voordat dit deel echt goed functioneert, zijn we al halverwege de twintig. Dat is dus reden nummer één waarom onze kinderen hevige emoties ervaren en die niet in de hand kunnen houden.
Daarnaast functioneert de amygdala als “traphekje” tussen beneden en boven. De amygdala situeert zich in het benedenbrein en heeft als functie om ons heel snel te laten handelen wanneer we een hevige emotie ervaren zoals angst of woede. Stel dat je kind de straat over steekt zonder te kijken en jij eerst nog op je gemakje gaat overdenken of dat wel een goed idee is, wat je kan doen en of dat nodig is. Niet echt handig he.
Het punt is alleen dat je wel wilt nadenken wanneer je niet in gevaar bent. En dat lukt kinderen niet omdat de amygdala de weg tussen beneden- en bovenbrein blokkeert.

Ben je nog mee? Tot daar de uitleg, nu over naar wat je eraan kan doen.

Hoe kan ik het voorkomen?

Want laat ons eerlijk zijn: echt leuk is het niet en zeker niet wanneer je je in de supermarkt, op restaurant of in de speeltuin bevindt en je ook nog toeschouwers hebt.

  • Geef hen meer vrijheid en laat de controlefreak in jezelf wat meer los. Zelf vind je het volgens mij ook niet erg fijn als er iemand constant op je kap zit en dat is hetzelfde voor je kinderen. Laat hen wat meer vrij zijn tenzij ze echt gevaarlijke dingen van plan zijn. Als je met hen onderhandelt, spreek je trouwens ook hun bovenbrein aan. Dat is dus zeker een tip die je kan toepassen als je graag toch een beetje controle behoudt. Ik zeg regelmatig: “Ik wil dit. Jij wilt dat. We hebben een probleem. Hoe kunnen we dat oplossen?”
  • Benoem gevoelens wanneer je ze ziet en probeer zo verbinding te zoeken/houden met je kind. Het benoemen kan je in een vraag doen: “Zou het kunnen dat je gefrustreerd bent omdat je je jas niet dicht krijgt?”. Om die manier geef je je kind de ruimte om dit te weerleggen als dat nodig is.
  • Zorg voor voldoende beweging. Wanneer je lijf in actie is, verandert je emotionele toestand ook. Een kind waarvan het vatje bijna vol is, kan er dus wel wat aan hebben om even buiten te gaan lopen of op de trampoline te gaan springen.
  • Een duidelijk ritme zorgt voor voorspelbaarheid en dat zorgt dan weer voor een geruster gevoel. Je kan het eventueel visueel weergeven. Met een duidelijk ritme bedoel ik geen strak uurschema, maar een flow van activiteiten die elkaar opvolgen.
  • Moet er iets gebeuren? Stel dan geen vraag want er is geen keuze. Nina Mouton noemt dat valse vragen. Als je naar de dokter moet vertrekken, zeg dan niet: “Zullen we je schoenen eens aandoen?”. Het is de bedoeling dat je kind zijn schoenen aantrekt; hij heeft geen keuze. Hetzelfde met “oké”. “Ik ga nu je tandenpoetsen. Oké?” Voor hetzelfde geld antwoord je kind nee en sta je daar mooi met de tandenborstel.

Los daarvan kan je niet elke driftbui voorkomen. Dat is ook helemaal niet nodig omdat het, zoals ik al uitlegde, een gezond ontladingsmechanisme is.

Maar wat kan je dan doen tijdens zo’n bui?

Als ouder is het niet altijd even gemakkelijk om kalm te blijven als je kind helemaal over de rooie gaat. Vooral niet als dat op een moment of plaats komt die in jouw ogen niet geschikt is. Het maakt dat we soms gewoon willen dat het zo snel mogelijk stopt en “opgelost” is. In feite geven we dan de boodschap aan ons kind dat hun (moeilijke) gevoelens niet belangrijk zijn, dat ze dat beter wegstoppen. Het is onze job als ouder niet om het op te lossen, maar wel om hen door die lastige gevoelens te loodsen.

  • Zorg in de eerste plaats dat iedereen veilig is en dat je een eventuele bron van pijn of spanning ook weg doet. Een kind dat met zijn vingers tussen de deur zit, heeft er weinig aan dat hij mag wenen zoveel en zolang hij wil als zijn vingers tussen die deur blijven zitten.
  • Blijf bij je kind in de buurt. Hoe dicht dat dan is, hangt van kind tot kind af. Sommige kinderen willen vastgehouden worden, anderen niet. Het kan zelfs van moment tot moment afhangen. Je kan je kind in ieder geval wel laten weten dat je in de buurt bent en dat je er bent voor hem. Soms gebeurt het dat je een kind, omwille van zijn eigen veiligheid of die van iemand anders, weghaalt uit de omgeving. Dat kan, maar ook dan blijf je bij hem. Anders wordt het een straf en dat is niet de bedoeling.
  • Probeer het niet op te lossen. Als er iets stuk gegaan is, mag je kind daar verdrietig om zijn. Je hoeft het niet op te lossen door bijvoorbeeld te zeggen dat jullie wel iets nieuws gaan kopen.
  • Gevoelens benoemen kan, maar moet niet per se. Soms is dat ook gewoon moeilijk omdat je niet weet wat er gebeurde.
  • Blijf zelf kalm en aanvaard het wenen. Hou in je achterhoofd dat je kind niet lastig is, maar het lastig heeft.

Vaak hebben wij ons eigen verdriet of onze eigen boosheid als kind niet mogen uiten en hebben we dus ook geen flauw idee hoe we hier zelf mee om moeten gaan. Ons eigen kind die gevoelens zien ervaren, kan dan maken dat we het daar ontzettend moeilijk mee hebben. We voelen ons machteloos, boos, verdrietig en willen dat niet. Het gevolg kan zijn dat je dus wilt dat die driftbui zo snel mogelijk stopt. Herken je dat? Dan is het geen slecht idee om zelf aan de slag te gaan met je eigen emoties. Praat er met iemand over of zoek er professionele hulp voor.
Op het moment dat jij het er zelf zo lastig mee hebt, kan je er ook voor kiezen om even weg te stappen uit de situatie en te gaan gillen, tot 10 te tellen, een lied te zingen… Iets om de kalmte in jezelf terug te vinden.

Voor jezelf zorgen is trouwens ook een belangrijke om met die lastige gevoelens om te gaan: tijd nemen voor jezelf, op tijd gaan slapen, bewegen, gezond eten… Het zijn allemaal dingen die ervoor kunnen zorgen dat je potje vol blijft.

Wil je graag meer lezen?

Er zijn een aantal boeken die ik je ten zeerste kan aanbevelen:

Deze post bevat partnerlinks die jou niks kosten.