De verlengde herfstvakantie loopt weer stilaan op zijn einde. Vanaf volgende week mogen alle basisschoolkinderen en diegene uit de eerste graad secundair weer naar school. Welke ouder zou er eens niet graag een vlieg willen zijn op school? Ik wel alleszins.

Omdat ouders vaak nieuwsgierig zijn naar de schooldag, is het eerste wat ze doen bij het ophalen, vragen hoe de schooldag was. Soms krijg je geen antwoord, soms krijg je iets in het genre van goed. Dat was het dan. Een kind is na zo’n schooldag waarschijnlijk moe en kan wel iets te eten of te drinken gebruiken. Mijn tip is dus om je vraag voor je te houden en eerst naar huis te rijden.

Als wij thuis komen, zet ik meestal een pot thee en zetten we ons met iets lekkers aan de tafel. Ik lees een boek voor, maar je kan ook luisteren naar muziek, tekenen of kleuren …

Als je dan, uiteindelijk, toch iets vraagt, doe dat dan zo concreet mogelijk. “Hoe was het vandaag op school?” zegt een kind niks. Ze mompelen goed en that’s it. Je weet nog steeds niks. Ik stel meestal pas echt vragen als ik haar in bed stop. Dat zijn altijd dezelfde:

  • Wat was het leukste dat je vandaag deed?
  • Wat vond je niet leuk vandaag?
  • Wanneer voelde je je blij?
  • Wanneer voelde je je verdrietig?
  • Wanneer voelde je je bang?
  • Wanneer voelde je je boos?

Op die laatste twee of drie vragen kan ook het antwoord komen dat ze zich zo niet voelde vandaag. Ik stel die vragen ook pas nadat ik de dag overlopen heb. Over school kan ik meestal niet veel vertellen, maar wat ik weet, stop ik in dat verhaaltje. Op die manier heeft zij in haar hoofd de dag nog eens kunnen overlopen en is het, denk ik, gemakkelijker om antwoord te geven op de vragen. Vaak beantwoord ik de vragen zelf ook. Kwestie van zelf het goede voorbeeld te geven.

Je kan natuurlijk je eigen setje van vragen opstellen of vragen naar een concrete activiteit waarvan je weet dat je kind dat deed. Zorg er gewoon voor dat het weet wat je vraag nu eigenlijk is.

Tijd maken voor verbinding

Soms begint ze spontaan te vertellen over school. Dat gebeurt meestal op rustige momenten waarop we samen iets aan het doen zijn. Dat kan in de vorm van spel zijn, maar even goed een verhaal terwijl we tekenen. Die 1-op-1-tijd is dus zeker van belang. Het is de moeite waard om er een gewoonte van te maken. Wat je doet, is afhankelijk van de leeftijd van je kind. Bij een kleuter of jong lagere schoolkind kan je kleuren, spelen, met de klei spelen … Bij een ouder lagere schoolkind of een tiener zal het waarschijnlijk eerder gaan om samen koken, samen gaan wandelen, een film kijken …

Hoe je dat aanpakt met meerdere kinderen in huis? Dat is zoeken. In de vakantie vind ik dat persoonlijk heel gemakkelijk omdat ons Louise dan in de voormiddag een lange dut doet en ik dus tijd heb voor ons Juliet. Tijdens de schooldagen, waar ik het hier natuurlijk ook over heb, is dat moeilijker. Ik probeer dan direct na school tijd te maken om samen te lezen. Ons Louise zit dan bij ons aan tafel, maar eet ondertussen fruit waardoor ik toch mijn aandacht voor 90% op ons Juliet kan richten. Niet ideaal, maar beter dan niks. Afhankelijk van wie er kookt, heb ik dan nog tijd om te spelen met ons Juliet en anders probeer ik het na het eten te doen terwijl mijn vriend zich met ons Louise bezighoudt.

Wat als je kind een probleem deelt?

Ik denk dat je eerste reactie is om oplossingen aan te brengen. Toch slik je die maar beter in. Stop jezelf en geef je kind de ruimte om te vertellen. Benoem het gevoel dat je denkt dat het heeft (“Voelde je je daardoor verdrietig?” of “Ik kan me voorstellen dat je je daardoor boos voelde. Klopt dat?”). Stel daarna open vragen (“Wat zou je kunnen doen als het nog eens gebeurt?”). Op die manier leer je je kind om zelf verantwoordelijkheid te nemen en oplossingsgericht te denken. Je kan altijd vragen of het jouw hulp nodig heeft, maar laat het antwoord open.

Hou je gevoelens voor jezelf. Door te zeggen dat het toch wel echt gemeen is of dat het op niks trekt dat een ander kind dit of dat deed, help je je eigen kind niet verder. Integendeel, je gaat het op die manier mogelijk zelfs vijandiger maken tegenover het andere kind. Het is niet fijn als je kind een probleem heeft met een ander kind. Het kan de leeuw(in) in jezelf wakker maken en zelfs ervaringen van jezelf als kind oproepen. De gevoelens die jij ervaart, mogen er natuurlijk zijn, maar je hoeft die niet met je kind te delen.

Je eigen ervaring kan je wel delen. Door een verhaal te vertellen over een gelijkaardig probleem dat jij ooit ervaarde en hoe je je daarbij voelde, laat je je kind merken dat je écht weet wat het voelt. Daarnaast kan je ook vertellen hoe je het aanpakte en leert je kind daar ook van.