Ik denk dat ik wel mag zeggen dat wij bijna allemaal controlerend opgevoed zijn. De ene al in meerdere maten dan de andere, maar volgens mij hebben wij allemaal wel één van de volgende uitspraken gehoord in ons kinderleven:

  • Als je nu niet zwijgt, ga je in de gang staan.
  • Het is koud buiten dus doe nu gewoon je jas aan. (Of: Na de paasvakantie mag je zonder jas naar buiten. Nu nog niet.)
  • O wee als je nu niet gaat luisteren he.
  • Kijk eens naar X. Die is wel aan het opruimen hoor.
  • Als je je bord leeg eet, krijg je een dessertje.
  • Het is ook altijd op u dat we moeten wachten he. De rest is al klaar hoor.
  • Wie drie streepjes achter zijn naam heeft, blijft maar eens vijf minuten aan de kant staan tijdens de speeltijd.
  • Oh je hebt een 8 op je toets. En wat was het gemiddelde?

Ik kan zo nog wel even door gaan. Sommige voorbeelden komen uit thuissituaties, andere uit schoolsituaties, maar hoe je het ook draait of keert: controlerend zijn ze allemaal. Elke uitspraak probeert een kind te manipuleren om iets anders te doen dan wat het op dat moment doet.

Als je dan zelf ouder wordt, kies je vaak logischerwijs voor datzelfde pad. Het is er al, je weet hoe dat werkt en hoe dat moet. Je bent ervaringsdeskundige doordat je het allemaal meegemaakt hebt. En kijk, het is goedgekomen he.

Maar is dat echt zo?

Tuurlijk. Ik heb een toffe partner en twee (meestal) leuke kinderen. Met mijn job verdien ik genoeg geld. We hebben een leuk dak boven ons hoofd. Ik heb een handvol vrienden waar ik (als het terug mag) elke week mee ga sporten of op café ga.

Uhu. En hoe gaat het met je onder al die uiterlijkheden?

Euh… Hoe bedoel je?

Hoe zit dat dan als je volwassen bent?

Eerst even duidelijk stellen: wat ik hier ga schrijven is niet per se gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Het is gewoon mijn gedacht en je mag het ermee eens zijn of niet. Dat is allemaal prima.

Kinderen die controlerend opgevoed worden, leren dat ze niet naar zichzelf moeten luisteren. Ze leren dat iemand anders, die hopelijk het beste voor heeft met hen, wel weet wat er goed is. Ze leren dat ze niet moeten luisteren naar hun gevoel. Dat ze moeten doen wat er gevraagd wordt. Dat er vooral niet te veel vragen moeten gesteld worden.

En dan worden die kinderen volwassenen en volgen ze het pad dat nagenoeg iedereen bewandelt: studeren, werken, huis, kinderen. Soms laat hun lichaam of geest eens even een alarm horen en voelen ze zich moe, ziek of lusteloos. Maar ze hebben geleerd dat je vooral niet te veel op je gevoel moet vertrouwen. Iedereen doet het dus doe nu maar gewoon verder.

Als ik dan hoor dat de laatste vier jaar de cijfers van burnouts en depressies serieus gestegen zijn, vind ik dat onrustwekkend, maar niet verwonderlijk. Als ik op internet een artikel zie over een kleuterschool met ruimte en tijd en ik lees dan dat er reacties opkomen als “Stop toch eens met er eieren onder te leggen en bereid hen voor op de harde maatschappij” dan vind ik dat onrustwekkend, maar niet verwonderlijk. Als ik artikels lees over homo’s of zwarte mensen die met (verbaal) geweld te maken krijgen, dan vind ik dat onrustwekkend, maar niet verwonderlijk.

Het is wat die volwassenen geleerd hebben toen ze kind waren. En dat is trouwens zonder enig verwijt naar ouders of leerkrachten. Ook zij deden op hun beurt wat ze wisten en konden.

Alles wat ik hierboven schreef, lijkt mij een kans om het anders te doen. Om onze kinderen anders op te voeden. Om hen vanuit verbinding groot te brengen. Verbinding met zichzelf, met ons en met de wereld. Als we dat nu eens met z’n allen proberen, stap voor stap. Dan kunnen we die harde maatschappij misschien wel laten keren en er een zachte van maken. Eén waarin iedereen zijn plekje kan vinden en zich er goed voelt. Eén waarin mensen voelen én kritisch denken. Eén waarin het normaal is om je vragen te stellen en af te wijken van het “normale” pad. Eén waarin je gewoon kan zijn wie je bent én waarin je ook weet wie je écht bent.

Als je blijft doen wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg.

Albert Einstein

Dus wat denk je?