De afgelopen zes weken waren onze meisjes zowat de hele tijd bij elkaar. Dat kan dan helemaal mislopen waardoor ze veel ruzie maken of niks van elkaar kunnen verdragen. Dat was hier absoluut niet het geval. Ze hebben echt hele dagen samen gespeeld en heel veel plezier gemaakt samen. Hun jonge leeftijd kan daar een rol in spelen, maar ik geloof ook dat er nog een paar andere dingen zijn die daartoe bijdragen. Of dat hoop ik toch want het zou heel mooi zijn als ze ook in de toekomst nog zo fijne band hebben. Ik zet even op een rijtje wat volgens mij dus ook bijdraagt aan een fijne band tussen broers en zussen.

Voor de geboorte

Waar begin ik nu over? Wel, toen ik het boek “Samen delen, wat nou spelen” las, ging het daar ook een stukje over wat je kan doen voordat het broertje of zusje effectief geboren wordt. En daar herkende ik wel wat dingen van.

  • Wij namen ons Juliet bijna elke keer mee naar de gynaecoloog. Die was ook zo fantastisch dat ze ons Juliet haar eigen “foto” (echo dus) meegaf. In die periode hadden wij in onze living zo’n huisje staan. Dat was haar leeshoekje, maar er hingen ook wat foto’s aan de muur. De echo die zij gekregen had, heeft daar zijn eigen plaatsje gekregen.
  • Ik knutselde samen met ons Juliet dingen waar “de baby” in het begin naar kon kijken. Baby’s zien in het begin enkel contrasten. Ik gaf haar dus wat wit papier, zwarte verf en zwart papier waar zij dan haar gang mee mocht gaan. Op verschillende plaatsen in huis hadden we zo’n werkje van haar liggen of staan dat gebruikt werd om ons Louises aandacht te trekken. Het maakte ons Juliet heel trots dat zij iets gemaakt had voor haar zusje.
  • We betrokken haar ook bij andere zaken of lieten haar spelen met babyspullen. Zo heeft zij de maxi-cosi nog even gebruikt om haar popjes in te zetten.
In het dagelijks leven

Er zijn wel wat kleine dingen die wij onbewust en elke dag doen, die er volgens mij kunnen bijdragen aan een hechtere band.

  • We zeggen “zus” of “zussie”. En dat had ik eigenlijk niet gedacht. Als ik dat andere mensen hoorde doen, vond ik dat altijd zo gek want die kinderen hebben een naam. Maar nu doen we dat dus zelf. Door hen zus te noemen naar elkaar toe, leggen we op een natuurlijke manier een accent op hun band. Het woordje zussie is er gekomen doordat ons Louise op een bepaald moment altijd iets leek te zeggen dat op “zussie” leek, maar waarschijnlijk dan gewoon Juliet moest zijn of zo. Wij zijn dat gaan overnemen en nu wordt dat dus gebruikt door ons Louise voor ons Juliet.
  • Zo goed als dagelijks doen we iets met hen samen: een boek voorlezen voor het slapengaan, een knutselactiviteit, een gek dansje … Ik krijg regelmatig de vraag hoe ik dat doe, mijn aandacht verdelen onder twee kinderen. En eigenlijk is dit het antwoord: veel samen doen. Veel knutselactiviteiten begint misschien met een idee voor de oudste, maar ik zorg er altijd voor dat de jongste met het materiaal mee kan doen/kliederen. Ga ik aan tafel zitten puzzelen met de ene dan nodig ik de andere uit om iets van speelgoed te kiezen en erbij te komen zitten.
  • Daarnaast probeer ik ook een paar keer per week even alleen te spelen met ieder kind.
  • We brengen hen ook regelmatig samen aan het lachen. Of eigenlijk moet ik daar de credits vooral aan mijn vriend geven want die is daar beter in dan ik.
  • Ons familieritme draagt volgens mij ook bij tot het stimuleren van een band. Niet alleen tussen hen, maar bij ons onderling. Het geeft een soort groepsgevoel: dit is ons gezin en dit hoort bij ons. Zoek het daar ook niet te groot: samen iets lekkers eten na school met een boek erbij, iedere zondagochtend in pyjama naar beneden, op zaterdagochtend croissantjes van de bakker en een eitje erbij, elke eerste dag van de maand tekeningen vervangen in de lijstjes … Kleine, maar voor ons betekenisvolle dingen.
  • Wij vergelijken hen niet. Of wacht, dat is niet helemaal juist want af en toe doe ik dat wel. Ik bedoel vooral dat ik hen nooit hardop met elkaar zal vergelijken om de concurrentie aan te wakkeren. “Uw zus is altijd als eerste klaar.” “Uw zus helpt wel met opruimen.” Zo van die dingen zal je mij niet horen zeggen.
Op de moeilijkere momenten
  • Ik verwoord vaak emoties. Vooral die van hen op moeilijke momenten, maar ook op fijne momenten en mijn eigen emoties. Ik wil hen zo de taal geven om in woorden uit te drukken wat er is in plaats van dat met acties te laten zien.
  • Er zijn zo van die momenten dat wat verdraagzaamheid wel op z’n plaats is. Als iemand niet goed geslapen heeft en daardoor wat nors is bv. Of als iemand teleurgesteld is omdat een vriendje toch niet kan komen spelen. Er zijn echt heel veel dingen te bedenken en ook dan verwoord ik dat: “Je zus is moe en wil nu graag even alleen zijn.”
  • Als ze het niet eens zijn over iets, probeer ik het zo min mogelijk in hun plaats op te lossen. In de plaats daarvan benoem ik wat ze willen en zeg ik dat er “een probleem” is. Heel vaak komt er dan vanzelf een oplossing. Op dit moment natuurlijk nog van de oudste, maar binnenkort misschien ook wel van de jongste.
  • Ik maak geen probleem van iets waar ze zelf geen probleem van maken. He? Als pakweg de oudste iets afneemt van de jongste en die ziet daar geen problemen in dan laat ik het ook zo. Iets anders wordt het natuurlijk als er wel een probleem van gemaakt wordt. Dan maak ik duidelijk dat de jongste er nog niet klaar mee was. Ik ga het speeltje niet afnemen want dan doe ik hetzelfde als mijn kind. In de plaats daarvan vraag ik om het te laten weten als ze er weer klaar mee is zodat de andere weer kan. En geloof me dat het echt opgepikt wordt. Ons Louise zegt nu heel vaak: “Ikke klaar is zussie spelen.” als ze weet dat ons Juliet wilt wat zij heeft.
  • De oudste probeer ik de laatste tijd vaker en vaker te wijzen op het feit dat ze met vragen veel meer gedaan krijgt dan met gillen of Louise roepen. Vaak weet de jongste niet wat er nu van haar verwacht wordt en luistert ze dus niet naar haar zus. Door ons Juliet er kort attent op te maken dat ze een vraag kan stellen, doet ze dit vaak ook en is het opgelost.
  • Tijdens een ruzie (die uit de hand loopt) probeer ik altijd naar hen allebei te kijken en luisteren. Ze hebben allebei hun gevoelens en redenen en ik probeer oog te hebben voor alles. Ik zeg wel heel bewust “probeer” omdat ik dit niet altijd even gemakkelijk vind. Als ik zelf boos of geschrokken ben dan lukt dat minder goed. Een mooi zinnetje dat ik daarbij probeer te houden:

Opvoeden gaat niet niet om die ene keer, om die ene situatie, maar om een totale grondhouding.

Eva Bronsveld in Samen spelen, wat nou delen
Meer lezen en weten?

Deze post bevat partnerlinks.