Traagheid wordt nog wel eens verward met luiheid, maar voor traagheid heb ik een grote sympathie. Ik vind dat veel dingen trager zouden moeten gaan. Meer stilstaan bij wat je doet of ziet, en er niet de hele tijd een nieuwe uitvinding of een nieuwe laag bovenop leggen. Door al die opstapelingen weet je niet meer wat er allemaal onder ligt. – Miek Zwamborn
“Misschien wil je gewoon te veel doen” zei mijn vriend vorig weekend tegen me. Waarover het daarvoor precies ging, weet ik niet meer. Misschien wil ik inderdaad te veel doen. Er zijn zoveel interessante dingen te ontdekken, te zien, te proberen en te doen. Traag betekent dus in mijn geval niet dat ik niks doe. Dat ik een hele dag in een hangmat lig te liggen en op die manier van het leven geniet.
Traag betekent voor mij zelfs niet altijd letterlijk traag. Want hoewel ik niet meer precies weet waarover het gesprek oorspronkelijk ging, weet ik wel dat het iets was met dat ik stress ervaarde. Als ik veel dingen tegelijk wil doen, voel ik me nog altijd opgejaagd. Ook al zit ik minder in die typische ratrace waar zoveel anderen inzitten.
Traag leven is voor mij eigenlijk exact wat je in de quote kan lezen: meer stilstaan bij wat ik doe en zie. Wel nieuwe dingen proberen, maar juist in die richting van vertragen. Juist die dingen doen waarvan ik voel dat ik ze nodig heb. Waarvan ik voel dat ik ze doe omdat ik het wil. Niet omdat ik denk dat het moet of omdat iedereen het doet of omdat ik me onbewust laat leiden door reclame of andere invloed. Het draait om kiezen voor wat ik belangrijk vind. En daardoor meer laten wat ik minder belangrijk vind. Ook als dat als raar beschouwd kan worden.
Dat trage leven is een constante oefening. Net omdat ik zoveel wil doen. Maar dat is juist het mooie. Ik groei er nog elke dag in. In bewuste keuzes maken. In het ontdekken van patronen die nog in mij zitten en waar ik alert voor mag zijn.
Zo stond ik deze week met de meisjes te wachten tot een slakje ons tuinpad over was. In eerste instantie wou ik zeggen dat ze erover moesten stappen. Het deed een belletje rinkelen in mijn hoofd. We bleven staan. Ik ook. Geduldig. Genietend van de tijd met hen, buiten, kijkend naar een slakje.
Elke dag opnieuw de oefening van trager leven. Bewust stilstaan bij wat ik zie, denk en doe. Ik gun het jou ook.
Dit artikel was een onderdeel van mijn zielsbrief Brieven voor een mooie [kinder]tijd. Je kan de volledige zielsbrief hier lezen en je er ook op abonneren als je dat zou willen.